Onlangs dacht ik ineens aan onze wasmachine. Dat was afgelopen vrijdag, om precies te zijn. Op 14 augustus. Niet omdat hij kapot was, maar omdat vanaf 14 augustus in de EU nieuwe regels gelden rond het recht op reparatie. Europa vindt dat we kapotte apparaten weer vaker moeten laten repareren. Fabrikanten van bijvoorbeeld wasmachines, koelkasten en televisies moeten reparatie makkelijker maken. Nederland is daar, het zal je niet verbazen, nog niet helemaal klaar voor. De Europese richtlijn moest eind juli in nationale wetgeving zijn omgezet, maar het Nederlandse wetsvoorstel ligt nog in Den Haag. Een paling een coltrui aantrekken is eenvoudiger dan een Europese richtlijn door de Tweede Kamer krijgen.
Zeg, wanneer zijn we eigenlijk opgehouden dingen te repareren? Vroeger ging er iets stuk en dan ging mijn vader aan de slag om het te repareren. Als het op de eettafel paste, deed hij dat daar. Maar niet voordat mijn moeder mopperend een krant uitvouwde en mijn vader, inmiddels ook mopperend, het gemankeerde apparaat weer op moest tillen zodat zij De Merwesteyn eronder kon schuiven. Niet zelden begon de boel te lekken, zodat er ook nog ijlings gedept moest worden met oude lappen. Dat waren vrijwel altijd tot poetslap gedegradeerde katoenen onderbroeken.
In het zeldzame geval dat pa het niet kon repareren, werd het teruggebracht naar de winkel, waar de winkelier het meestal zelf maakte. Hij legde het dan meteen uit aan pa, zodat die bij een volgende weigering wist wat hij moest doen. Kijk, zo relaxed onderging iedereen zijn lot destijds.
Was het te groot om ermee terug naar de winkel te gaan en wist pa het ook niet meer, dan kwam er een monteur thuis. In mijn herinnering was dat altijd een man die een grote werktas droeg vol gereedschap en onderdelen waarvan niemand behalve hijzelf wist waarvoor ze dienden. Maar eerst koffie.
De monteur zette de televisie op zijn kop, haalde de achterkant eraf en verdween vervolgens met zijn hoofd in het toestel. Daarna hoorden we hem zeggen: 'Ik zie het al.'
Pa en ma knikten tegen elkaar. Goeie monteur.
'Het is de beeldbuis.'
Als de televisie tegenwoordig stukgaat, zeggen we opgelucht: 'Mooi, kunnen we eindelijk een grotere nemen.'
En dat geldt voor veel dingen. Een broodrooster van drie jaar oud die de boterham alleen nog rechts onderin roostert? Weg ermee. Een koffiezetapparaat dat klinkt alsof de buurman ineens besluit de muur tussen onze woonkamers te slopen? Nieuw apparaat. Je werkprinter die zegt dat hij geen papier meer heeft, terwijl je net een halve boom in de lade hebt gedaan? Even een nieuwe bestellen.
We zijn van repareren naar vervangen gegaan en hebben daar een heerlijk schuldvrij argument bij: repareren is vaak bijna net zo duur als nieuw kopen, zo niet duurder. Voor 89 euro komt er iemand naar je vaatwasser kijken. Voor nog eens 140 euro vertelt hij dat er een pompje kapot is. En voor je het weet heb je 229 euro betaald om te ontdekken dat je beter een nieuwe vaatwasser kunt kopen.
Het recht op reparatie moet daar verandering in brengen. Bij apparaten die onder de regels vallen, moeten fabrikanten reparatie mogelijk maken, ook als de garantie voorbij is, tegen een redelijke prijs en binnen een redelijke termijn. Vooral de woorden 'redelijke termijn' vind ik boeiend. Ervaringen met bedrijven hebben me geleerd dat hun idee van een redelijke termijn niet altijd gelijk opgaat met het mijne.
'We kunnen donderdag tussen acht en vijf.'
'Welke donderdag?'
'Dat kan ik nu nog niet zeggen.'
Europa wil dus dat we duurzamer worden en spullen langer gebruiken. Een mooi streven, maar wat zal de praktijk zijn? In Brussel wordt een richtlijn aangenomen. In Den Haag wordt er een wetsvoorstel van gemaakt. En ergens in Dordrecht staat intussen een vrouw naast een wasmachine die alleen nog maar centrifugeert wanneer hij daar zelf zin in heeft.
Ze heeft drie websites bekeken, twee klantenservices gebeld en op een forum gelezen dat ze de stekker er tien minuten uit moet trekken. Dat doet ze. Daarna doet de wasmachine helemaal niets meer.
Vroeger kwam dan die man met die grote werktas. Ik hoop werkelijk dat hij terugkomt. Desnoods met een laptop in plaats van gereedschap en in een elektrische bestelbus in plaats van een Bedford. Als hij maar binnenkomt, zijn hoofd in de trommel van de wasmachine steekt en zegt: 'Ik zie het al.'
De beeldbuis?